Gevaar windturbines voor weidevogels valt mee
Mensen die bang zijn voor de impact van een windturbine op weidevogels kunnen opgelucht ademhalen. Volgens nieuw wetenschappelijk onderzoek vormen windparken een kleiner gevaar voor vogelpopulaties dan voorheen werd gevreesd. De studie, die deze week in het Britse journal of Applied Ecology werd gepubliceerd, helpt in het oplossen van een groot milieuconflict: hoe dring je de CO2-uitstoot terug zonder de biodiversiteit van de weides in gevaar te brengen.

Dr. Mark Whittingham en zijn collega’s van de Universiteit van Newcastle deden rond twee windparken vogeltellingen op bruikbare weidegrond. Ze noteerden bijna 3000 vogels van zo’n 23 verschillende soorten, waaronder bedreigde soorten als de ringmus en de veldleeuwerik. Ze ontdekten dat de nabije windturbines geen invloed hadden op de aanwezigheid van zaadetende vogels, kraaien en leeuweriken. De enige vogel die last leek te hebben van de turbines was de langzame en grote fazant.
“Dit is het eerste bewijs dat suggereert dat het plaatsen van grote windmolenparken op weidegrond waarschijnlijk weinig invloed zal hebben op de vogelpopulatie aldaar. Dit is goed nieuws voor zowel de wind-industrie, de overheid en de natuurbescherming,” aldus Whittingham. De resultaten van het onderzoek zijn belangrijk, omdat de Europese Commissie een doelstelling heeft gezet dat in 2020 zo’n 20% van de totale energieproductie duurzaam is. Aangezien landbouwgrond ruim vertegenwoordigd is binnen de EU, zullen met de tijd meer windturbines op landbouwgrond geplaatst worden worden. Aangezien de EU miljarden euro’s besteedt aan de instandhouding en verhoging van de biodiversiteit, is het goed om te weten dat de twee beleidspunten ‘biodiversiteit’ en ‘duurzame energie’ elkaar niet uitsluiten.
Vorige studies waren vooral gericht op de impact van windturbines op watervogels en roofvogels. “Het grootste gedeelte van het onderzoek heeft zich tot zo ver gericht op vogels die eigenlijk vooral voorkomen in kustgebieden en hoger gelegen gebieden. De impact van windparken op deze vogels is inderdaad zorgwekkend, wat een belangrijke reden is voor het feit dat de toekomst van de windenergie zich vooral richt op het binnenland,” aldus Whittingham. Kritische noot is dat de studie in de winter is uitgevoerd. Om een volledig beeld te krijgen, zal dus nog een dergelijke studie nodig zijn in het broedseizoen.
Bron: Sciencedaily